Rode kool 'Langedijker'
Zelf rode kool kweken? Met rode kool ‘Langedijker’ haal je een echte moestuinklassieker in huis. De planten vormen stevige, roodpaarse kolen die je later in het seizoen kunt oogsten. Leuk om te kweken én ontzettend veelzijdig in de keuken.
Rode kool vraagt wat meer ruimte en geduld dan bijvoorbeeld sla of radijs, maar daar krijg je uiteindelijk wel een flinke kool voor terug. Geef de planten een voedzame bodem, voldoende vocht en vooral genoeg plek om uit te groeien.
Deze zaden zijn van Buzzy Seeds en worden geleverd in de originele Buzzy-verpakking.
| Productinformatie | |
|---|---|
| Botanische naam: | Brassica oleracea |
| Nederlandse naam: | Rodekool 'Langedijker' |
| Planttype: | Eenjarig |
| Inhoud: | 2 gram |
| Hoogte: | ca. 40–60 cm |
| Breedte: | ca. 50–70 cm |
| Standplaats: | Volle zon |
| Voorzaaien: | |
| Direct zaaien: | April - mei |
| Oogsten: | Oktober - november |
| Merk: | Buzzy Seeds |
Rode kool ‘Langedijker’ zaaien
Je kunt rode kool eerst voorzaaien en de jonge planten later uitplanten op hun definitieve plek in de moestuin. Geef ieder plantje voldoende ruimte. Een jonge koolplant is nog klein, maar tijdens het groeiseizoen ontwikkelt hij een flink bladerdek.
Zaai niet te diep en houd de grond tijdens het kiemen licht vochtig. Zodra de jonge planten sterk genoeg zijn, kunnen ze verder worden opgekweekt en uiteindelijk naar buiten.
De beste plek voor rode kool
Rode kool groeit graag op een voedzame en vochthoudende bodem. Voor het uitplanten kun je de grond daarom verbeteren met compost of geschikte moestuinbemesting.
Kies bij voorkeur een zonnige plek en zorg ervoor dat de grond tijdens warme en droge perioden niet volledig uitdroogt. Een gelijkmatige watervoorziening helpt de plant om goed door te groeien en uiteindelijk een mooie, stevige kool te vormen.
Rode kool verzorgen
Eenmaal uitgeplant vraagt rode kool niet om ingewikkelde verzorging. Zorg vooral voor voldoende water, verwijder onkruid rondom de planten en houd in de gaten of er geen ongewenste bezoekers aanschuiven.
Koolplanten zijn stevige groeiers en hebben daarvoor behoorlijk wat voeding nodig. Staat je rode kool op arme grond, dan kan aanvullende bemesting tijdens de groei helpen.
En misschien wel de belangrijkste tip: geef je planten ruimte. Het is verleidelijk om kleine plantjes gezellig dicht bij elkaar te zetten, maar een volwassen koolplant wordt een stuk groter dan je in het voorjaar zou verwachten.
Bescherm je rode kool tegen rupsen en slakken
Wie kool kweekt, maakt waarschijnlijk vroeg of laat kennis met het koolwitje. Deze vlinders leggen hun eitjes op koolplanten. Uit die eitjes komen rupsen die zich vervolgens tegoed kunnen doen aan het blad.
Controleer daarom regelmatig de bladeren, en dan vooral de onderkant, op eitjes en rupsen. Wil je het jezelf makkelijker maken? Dan kun je de planten beschermen met fijnmazig insectengaas. Zo kunnen de vlinders veel moeilijker bij je koolplanten komen.
Ook slakken zijn dol op jonge koolplantjes. Vooral kort na het uitplanten is het daarom slim om regelmatig even te controleren.
Tip van ons ↓
Wij planten zelf altijd bewust één koolplant extra. Die mag als lokplant dienen voor de rupsen van het koolwitje. Terwijl we onze andere kolen graag zelf willen oogsten, mogen de rupsen deze plant wat ons betreft helemaal kaalvreten. Zo houden we hopelijk genoeg kool over voor onszelf én krijgen de rupsen de kans om uit te groeien tot mooie vlinders.
Een klein beetje extra zaaien en de oogst delen met de natuur: dat past wat ons betreft perfect bij moestuinieren met aandacht voor biodiversiteit.
Rode kool en vruchtwisseling
Koolsoorten kun je beter niet ieder jaar op dezelfde plek in de moestuin zetten. Door verschillende gewassen af te wisselen, verklein je de kans dat bepaalde ziekten en plagen zich in de bodem opbouwen.
Houd er daarbij rekening mee dat niet alleen rode kool hieronder valt. Ook onder andere broccoli, bloemkool, boerenkool en andere koolsoorten behoren tot dezelfde gewasfamilie. Voor je vruchtwisseling tel je deze dus bij elkaar op.
Wanneer kun je rode kool ‘Langedijker’ oogsten?
Rode kool ‘Langedijker’ kun je in oktober en november oogsten.
Voel voorzichtig aan de kool. Is hij mooi gevormd, goed gesloten en stevig? Dan is het tijd om te oogsten. Snijd de kool met een schoon en scherp mes bij de stronk van de plant.
Rode kool ‘Langedijker’ bewaren
Een groot voordeel van deze rode kool is dat je niet alle kolen direct na de oogst hoeft op te eten. Bewaar de geoogste kolen koel en vorstvrij. Onder goede omstandigheden blijven ze zo tot in het voorjaar goed.
Wil je een kool bewaren? Kies daarvoor bij voorkeur een mooi, gaaf exemplaar zonder beschadigingen. Beschadigde kolen kun je beter als eerste opeten.
Zo kun je in oktober uit je moestuin oogsten en maanden later nog steeds genieten van je eigen rode kool.
En dan natuurlijk: opeten!
Bij rode kool denk je misschien meteen aan de klassieker met appel en aardappelen. Heerlijk, maar met rode kool kun je nog veel meer.
Snijd hem bijvoorbeeld heel fijn voor een frisse salade of coleslaw, rooster stukken rode kool in de oven of gebruik hem om extra kleur aan een gerecht te geven.
En zeg nou zelf: een rode kool die je van een klein zaadje helemaal zelf hebt opgekweekt, smaakt toch nét even lekkerder.